Rens Bijma

Alle hoofdstukken

Mogelijke opstelling van de musici in de Thomaskirche. Tekening uit het proefschrift door Cobi Brak m.m.v. Rens Bijma, Margreet Bijma en Bartosz Animucki.

Hieronder treft u de volledige reeks hoofdstukken aan die samen een beeld geven van de wijze waarop Bach zijn kerkmuziek uitvoerde in de beide hoofdkerken in Leipzig. Een deel van de hoofdstukken maakte deel uit van het proefschrift (maar deze bevatten nu errata en eventuele andere aanvullingen en verbeteringen).

Alle Hoofdstukken

Onderstaande 33 hoofdstukken beschrijven hoe Bach zijn eigen cantates en passies uitvoerde in de beide hoofdkerken in Leipzig.

In de wetenschappelijke versies staan opmerkingen in voetnoten (aangegeven met nummers), en Duitstalige citaten uit primaire bronnen in eindnoten (aangegeven met hoofdletters).

 

U kunt de pdf-bestanden van de wetenschappelijke en de vereenvoudigde versies downloaden door te klikken op ‘Wetenschappelijk’ resp. ‘Vereenvoudigd’ bij elk hoofdstuk.
Gepubliceerde hoofdstukken kunnen worden gecorrigeerd zodra daartoe een aanleiding is. Dit blijkt dan uit de datum in de naam van de bestanden, onderaan in de hoofdtekst van de hoofdstukken, en bij de links naar de pdf-bestanden.

Uw reacties stel ik zeer op prijs.

I. Inleiding

Met verantwoording, aanwijzingen voor de lezer, afkortingen, glossarium en lijst met Bachs kerkelijke werken in Leipzig

II. De Thomaskirche

Hoe zag het interieur van de Thomaskirche er uit, en waar waren de musici opgesteld? Hoe was de akoestiek?

III. De Nikolaikirche

Hoe zag het interieur van de Nikolaikirche er uit, en waar waren de musici opgesteld? Hoe was de akoestiek?

IV. Bachs musici

Wie waren de zangers? Wie waren de instrumentalisten? Over alumni, studenten, stadsmusici en adjuvanten.

V. De bezetting van de instrumentale partijen

Hoeveel instrumentalisten vertolkten Bachs partijen? En wat zou Bachs ideale bezetting zijn geweest?

VI. De bezetting van de vocale partijen

Hoe groot was Bachs ‘koor’? Zou Bach liever voor een groter koor hebben gekozen als hij daar de mogelijkheid voor had?

VII. Bachs directie

Wat was Bachs manier om zijn bedoelingen tijdens de uitvoeringen over te brengen op zijn musici?

VIII. De opstelling van de musici

Hoe stelde Bach zijn musici op in de Thomaskirche en de Nikolaikirche, en was deze opstelling in beide kerken dezelfde?

IX. De organisatie van de Music en de omstandigheden tijdens de kerkdiensten

Wat was de plaats van de cantate in de liturgie? Onder welke omstandigheden moest Bach werken? 

X. Toonhoogte, stemming en intonatie

Op welke hoogte stond de a¹ in Leipzig? Hoe waren de orgels en de andere instrumenten gestemd? En hoe werd ‘zuiver’ geïntoneerd?

XI.1. Tempo 1. Basistempi en de factoren die deze konden beïnvloeden

Bestonden algemeen aanvaarde basistempi? Zo ja, wanneer werden deze dan aangepast?

XI.2. Tempo 2. De basistempi van de maatsoorten

Is uit de traktaten te achterhalen hoe snel het basistempi van iedere maatsoort bij benadering was?

XI.3. Tempo 3. Maatwisselingen, dansvormen en Franse ouvertures

Was het tempo na een wisseling van de maatsoort altijd gerelateerd aan het oude tempo? Golden basistempi ook in dansen en ouvertures?

XII. Articulatie en synchronisatie

Werden bepaalde noten geaccentueerd? Zo ja, hoe dan? Hoe werd omgegaan met de lengte van gelijktijdig klinkende noten in verschillende maatsoorten?

XIII. Dynamiek

Hoe werd onderscheid gemaakt tussen luide en zachte noten? Gebruikte Bach ook ‘terrassendynamiek’?

XIV. Versieringen

Werden Bachs voorslagen en trillers steeds op dezelfde manier uitgevoerd? In hoeverre waren Bachs musici vrij om de muziek te versieren?

XV. De kunst van het zingen

Hoe liet Bach zijn zangers zingen in zijn cantates en passies? Was de barokke Italiaans zangwijze voor hem vanzelfsprekend?

XVI. Het recitatief

Er zijn verschillende vormen van recitatieven. Hoe vrij waren Bachs zangers in de uitvoering daarvan? Hoe werden zij begeleid?

XVII. Het koraal

Hoe snel (of langzaam) werden koralen gezongen als gemeentezang, en hoe snel als onderdeel van Bachs kerkelijke werken? En hoe werden de fermates uitgevoerd?

XVIII. Het orgel

Welke orgels werden gebruikt bij de begeleiding in Bachs cantates en passies? Wie waren de organisten en hoe registreerden zij hierbij?

XIX. Het klavecimbel

Welke rol speelde het klavecimbel in Bachs cantates en passies? Wie bespeelde het, en hoe? Wat waren de eigenschappen van de kerk-klavecimbels?

XX. De generale (becijferde) bas

De organist en de klavecinist begeleidden aan de hand van ‘becijfering’ – maar vaak ontbrak deze. Werden beide instrumenten op dezelfde wijze bespeeld?

XXI. De violoncello

Hoe groot was Bachs cello, en werd hij rechtop of op de arm bespeeld? Was de cello Bachs standaard-continuo-instrument in Leipzig? Wie bespeelde de celli?

XXII. De violone

Hoe groot waren Bachs violones? Hoeveel snaren hadden ze? Klonken ze een octaaf lager dan de celli? Wie bespeelde deze instrumenten?

XXIII. De fagot

Hoe vaak zette Bach de fagot in als continuo-instrument? Was de fagot het standaard-continuo-instrument bij de hobo(‘s)?

XXIV. De viola da gamba

Hoeveel snaren had Bachs gamba? Bach schreef soms een gamba voor als solo-instrument. Maar zette hij de gamba ook in als continuo-instrument?

XXV. De luit

Bach schreef zelden een luit voor. Hoeveel ‘koren’ (paren van snaren) had Bachs luit? Zette Bach de luit ook in als continuo-instrument, bijvoorbeeld in plaats van een klavecimbel?

XXVI. De viool en de altviool

Wie bespeelden deze strijkinstrumenten bij Bach? Hoe gebruikte Bach de viool en altviool in zijn cantates en passies?

XXVII. Bijzondere strijkinstrumenten

Sommige strijkinstrumenten (Violino piccolo, Violetta, Viola d’amore en Violoncello piccolo) schreef Bach zelden voor. Wat waren dat voor instrumenten?

XXVIII. De fluiten

Wanneer schreef Bach blokfluiten, piccoloblok-fluiten en dwarsfluiten voor? Wat waren dat voor instrumenten en wie bespeelde ze?

XXIX. De hobo’s

Welke typen hobo’s werden in Leipzig bespeeld, en door wie? Wat was het verschil tussen een ’taille’ en een oboe da caccia?

XXX. De trompet en de pauken

Wanneer werden in Leipzig lange natuurtrompetten, ‘jachttrompetten’, schuiftrompetten en pauken gebruikt, en wie bespeelden deze?

XXXI. De hoorn en de lituus

Hoe zagen de hoorns in Bachs orkest eruit en wie bespeelde ze? Wat bedoelde hij met een schuifhoorn en met een lituus?

XXXII. De zink en de trombone

Wanneer schreef Bach trombones voor, en wanneer een zink? Gebruikte Bach sopraantrombones of zinken voor de hoogste partij?

XXXIII. Bachs eigen uitvoeringen van zijn Matthäus-Passion

Caput selectum, waarin de kennis uit alle overige Hoofdstukken wordt toegepast op Bachs Matthäus-Passion.